Zo voorkom je dat je je korte lontje afreageert…
Je kent dat wel: je loopt al een tijdje te tobben over wat dingen en ondertussen loopt de irritatie bij je op. Je hebt niet een kort lontje, nee, je hebt helemáál geen lontje meer. Bij het minste geringste schiet je uit je slof en krijgt een ander een sneer.
En hoewel dat erg vervelend is, zou het nog niet eens zo erg zijn als je die irritatie niet zou afreageren op je partner. Terwijl die er toch ook niets aan kan doen. Maar als jouw partner een opmerking maakt waarin jij een oordeel of afkeur hoort, heb je de neiging daarop te reageren. Terwijl je misschien niet eens gehoord hebt wat er feitelijk werd gezegd. Je vindt jezelf dan ook erg onredelijk, maar je weet niet hoe je dit kunt voorkomen.
Het vervelende is, als dit wat langer aanhoudt, dan krijgt het hele gezin er last van. Want irritatie tussen de ouders wordt ook gemerkt door de kinderen. Ze voelen de spanning, maken zich klein, worden wat stilletjes. En dat allemaal omdat jij even niet lekker in je vel zit.
Die irritatie en spanning kosten je veel energie. Je zult je dan ook vaak hartstikke moe voelen. Daarnaast gaat het ook ten koste van de harmonie en sfeer in huis. Dat heeft zijn weerslag op jouw stemming en op de manier waarop je presteert. Je werk gaat er dus onder lijden en je productie loopt terug, met alle financiële sores van dien.
Wat er eigenlijk gebeurt is dat je geen onderscheid meer maakt tussen de feitelijke werkelijkheid en jouw interpretatie daarvan. Zo creëer je het probleem in je hoofd. Jij reageert op wat je denkt dat er gezegd wordt of wat er gebeurt. En die reactie komt door jouw filter van de werkelijkheid, het is jouw interpretatie. Terwijl de kale feiten mogelijk iets heel anders zeggen.
Stop dus met denken dat jij precies weet hoe de wereld in elkaar zit, wie wat denkt en waarom die iets doet. De wereld en de mensen om je heen zijn oneindig veel complexer dan dat, dus stop ermee om dat allemaal te willen weten en te ‘voorspellen’. En dat is ook nergens voor nodig.
Kijk vooral naar de feiten. Wat wordt er precies gezegd? Wat gebeurt er nu eigenlijk? En reageer daarop. Ga het gesprek aan met de ander en stel vragen in plaats van te interpreteren. En wees oprecht geïnteresseerd in wat die ander zegt.
Natuurlijk kun je op veel verschillende manieren vragen stellen en een gesprek aangaan. Als je niet oppast komt het aanvallend over en ben je nog steeds bezig om je irritatie af te reageren op de ander. Stel daarom open vragen (die beginnen met wat, hoe, wie, wanneer etc.). Die nodigen de ander uit om te vertellen en toe te lichten. Stel je een gesloten vraag (die begint met een werkwoordsvorm) dan loop je het risico alleen een ‘ja’ of ‘nee’ als antwoord te krijgen en eindigt het gesprek.
Ik hoor je al zeggen: “Maar ik weet toch hoe hij denkt. Ik ken hem toch. Je hoeft mij niet te vertellen wat hij met die opmerking eigenlijk bedoelde”. Dan wil ik je de volgende vraag stellen: Kun jij gedachten lezen? Weet jij altijd precies wat een ander denkt en waarom hij iets doet? Kun je in zijn hoofd kijken? Nee toch?
Wat geweldig helpt is om de principes van geweldloze communicatie toe te passen. Die bestaan uit de volgende vier stappen:
- Als iemand iets doet of tegen je zegt dat irritatie bij je oproept, richt je dan tot die persoon en benoem wat er feitelijk gebeurt (“Ik hoor je zeggen dat …” of “Ik zie dat je …. doet”).
- Geef aan wat de gevolgen daarvan voor jou zijn (“Dat zorgt ervoor dat …”).
- Beschrijf welke emotie dat bij je oproept (“Dat maakt me verdrietig”).
- Verzoek om dat niet meer te doen of te zeggen (“Zou je …?”).
Kortom: laat je niet verleiden tot gedachten lezen, maar ga uit van de feiten. Wat gebeurt er, wat zie je, wat hoor je, wat wordt er gezegd? Reageer dáárop en ga het gesprek aan met behulp van geweldloze communicatie.