My desert serenade
Het beeld van een uitgeputte reiziger, dolend, smachtend naar water, de oase onbereikbaar. Zo zien wij vaak de woestijn. Beangstigend, een plek waar je niet moet zijn. Toch heeft de woestijn ook een andere kant. Een voedende kant. Voor wie het wil zien.
Transformatief
De woestijn heeft mijn hart gestolen. Verschillende reizen door de Marokkaanse Sahara en de Sinaï-woestijn, te voet en op de fiets, maakten me duidelijk dat ik in dit landschap tot mezelf kom. De weidsheid, het gevoel van vrijheid en de historie die aan de oppervlakte ligt hebben een transformatieve uitwerking op me gehad.
Confrontatie
Arita Baaijens, die ruim 15 jaar lang iedere winter in haar eentje met een karavaan kamelen door de woestijn trok, verwoordt het treffend: “De confrontatie met de leegte kan beangstigend zijn, maar eenzaamheid maakt ook krachtig. Wie ben je en hoe sterk ben je als je nergens op terug kunt vallen? Waar liggen je grenzen?”
Reflectie
Hoewel ik mijn reizen niet alleen maakte nodigde die weidse woestijn me wel uit tot voortdurende reflectie. Want met zoveel ruimte wandel en fiets je nog steeds alleen. Vragen als ‘Wie ben ik?’ en ‘Wie ben ik in relatie tot de ander?’ kwamen in me op. Vragen die de dagen met me meereisden, omdat een antwoord zich ook niet zomaar aandiende.
Niets
De grootsheid van die enorme ruimte bracht wel één antwoord duidelijk naar voren: ‘Niets’. Ik was in staat mezelf te presenteren, maar voelde ook mijn nietigheid in het grotere geheel. En het onvermogen te kunnen duiden wie ik dan eigenlijk wel ben was voor mij het begin van een lange innerlijke reis om dat te ontdekken.
Void
Die innerlijke reis bracht me op het spoor van mijn bestaan als Elviskind (de eerstgeborene na een overleden broertje of zusje). Kristina Schellinski, analytisch psycholoog die onderzoek heeft gedaan naar ‘replacement children’, schrijft over Elviskinderen in relatie tot de leegte van een woestijn: “Some have a fear of the void. The void can be a metaphor for their not knowing who they are.”
Zelf
Het antwoord op de vraag ‘Wie ben ik’ zie ik inmiddels niet meer als een eenduidige definitie, maar als de zoektocht op een innerlijke reis waarin ik als Elviskind mijn Zelf heb te ontdekken. Die reis kent geen eindpunt, maar leidt voortdurend tot nieuwe ontdekkingen. Dolend door het eeuwenoude landschap van het collectief onbewuste.