What’s she really like
Je kan ze overal tegenkomen: Elviskinderen. Cees Geel, de deze week veel te jong overleden acteur, vertelde in 2009 in een interview met Trouw over een eerder overleden broertje: “De huisarts adviseerde mijn ouders zo snel mogelijk een ‘nieuw’ kind te krijgen. Dat was ik. Ik ben geboren, omdat hij is gestorven.” Het vormt je, weet ik ook uit eigen ervaring.
Ontboezeming
Als kind al had ik mijn antwoord klaar als iemand me vroeg waarom mijn zussen zoveel ouder waren dan ik. “Ja, ik ben een nakomertje. En was mijn broertje niet verongelukt, 5 jaar voor ik werd geboren, was ik er waarschijnlijk nooit geweest.” Vanuit een soort fatalisme vond ik het nog logisch ook. En kan ik me niet herinneren dat deze gedachte of ontboezeming me emotioneel van m’n stuk bracht.
Schuldig
Toch heeft het feit dat mijn broertje er, ondanks zijn dood, altijd was wel degelijk zijn impact gehad. Ik schreef daar eerder dit blog over. Onbewust wilde ik voor mijn vader de lege plek die hij achterliet invullen. Door me als een jongetje te gedragen. Misschien voelde ik me tegenover hem zelfs wel een beetje schuldig dat ik als meisje werd geboren en niet als jongetje. De zoon die hij zo graag had gehad.
Puzzelstukjes
Maar ik ben geen jongen of man. En wil dat ook niet zijn. Toch heb ik het vrouwelijke in mij lange tijd een beetje verwaarloosd. Net als die kat die steeds weer in mijn dromen terug kwam. Een kat die ik vergat eten te geven, maar die me desondanks maar kopjes bleef geven. Onlangs leerde ik dat een kat staat voor het onbewust vrouwelijke. En ineens vielen alle puzzelstukjes op z’n plaats.
Identiteit
Om mijn eigen identiteit te vinden had ik me los te maken van mijn overleden broertje. Had ik te zien wie ik zelf ben. En had ik mijn vrouwelijkheid te omarmen. De kattendromen hebben voortdurend op de deur van mijn bewustzijn geroffeld, maar nu werd me pas duidelijk wat ze betekenden. En heb ik weer een stukje van mezelf teruggevonden.