Your mama don’t dance
Dansen. De één kan er geen genoeg van krijgen, de ander gaat het angstvallig uit de weg. Ik zat hier altijd een beetje tussenin: ik wilde wel, maar voelde ook een weerstand. En ik weet maar al te goed vanuit welke angst dat is ontstaan.
Uitlaatklep
Mijn moeder en dansen. Voor mij zijn die twee onlosmakelijk verbonden. Want ze was een enorme liefhebber van dansen. Op latere leeftijd nog als lid van een volksdansclub. Nu gaat dat al lang niet meer, maar daar beleefde ze nog enorm veel plezier aan, totdat het fysiek onmogelijk werd. Maar al die jaren dat ze getrouwd was met mijn vader was dansen voor haar ook een uitlaatklep.
Angst
Mijn vader echter had niets met dansen. Mogelijk uit onzekerheid over zijn eigen danscapaciteiten bleef hij op feesten en partijen liever langs de kant. Maar mijn moeder wilde de dansvloer op en zocht haar heil dan maar in het dansen met andere mannen. En daar begon mijn ergernis – gevoed door een angst mijn veilige wereldje te verliezen. Want als klein meisje kon ik het niet aanzien dat mijn moeder met een andere man dan mijn vader danste.
Smetje
En hoewel ik zelf vroeger echt wel op de dansvloer van discotheken was te vinden en jaren met veel plezier aan ballroomdansen heb gedaan, bleef er toch altijd een smetje op zitten. Enerzijds danste ik graag en anderzijds voelde ik weerstand om mijn lichaam in te zetten om een emotie bijvoorbeeld uit te drukken. Want dat is toch wat dansen in feite is.
Feest
Inmiddels heb ik wel geleerd dat die weerstand alles te maken had met de ervaring van dat kleine meisje dat haar moeder met een vreemde man zag dansen. En dat wetende kan ik er nu ook anders naar kijken en mee omgaan. Dansen mag weer – van mezelf. Graag zelfs. Ik kijk al uit naar het volgende feestje.